Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan = a h w a i n g zijn ; het tweede herinnert aan Jav. s u vv a k in de beteekenis «vervallen, opgeheven, afgeschaft».

AlHI, schieten. Heeft tot stam een woord voor «boog», Whitsuntide ihu, Ambrym yu, Volow ih 1; de overgang van u tot i in de laatste lettergreep is geheel in overeenstemming met de neiging van 't A.; mogelijk bevat de eindlettergreep nog suffix i. De wijziging van de u in de eerste lettergieep is een voorbeeld van differentiatie, welke ook in 't Makass. b i s o r o wordt aangetroffen.

Aiji, staan. Feitelijk schijnt het — Mal. b ë r d i r i, slaan, recht opstaan, daar pref. a synoniem is met Mal. b ë r. J i uit j i i, ouder d i' i. Dat de r oor spronkelijk de gutturale triller was, blijkt uit Niasch muzizio, staan, en Tag., Bis. haligi, Day. djihi, Sang. dihi, paal, hoewel ze ook in 't Oj. diri, stand; Tomb. arihi tot de gewone r verloopen is. In 't Jav. komt dit gelijk men weet, meer voor, o. a. ook in t u r u t naast het regelmatige tut,

Oj. tüt uit tu'ut.

AlJI JAI, opstaan; jai is «opwaarts»; z. d. Hoe dit tegelijkertijd «fall be-

hind» kan beteekenen, is vrij onbegrijpelijk.

Aiji jai se, to go shallower or deeper. Klaarblijkelijk is het «hooger of

lager stand innemen».

aljmaodalng pam, to beckon to come. Bevat vijf woorden! aij voor aiji, staan; m, en; ahodaing, vragen; pam, uit pan, komen, m uit mei, herwaarts.

aljnalng of aitngaing, verwachten, verbeiden. Een leerzaam voorbeeld hoe één en hetzelfde woord zich in twee richtingen kan ontwikkelen. Dej is ontstaan door mouilleering van de t vóór een i of e, welke dus na t uitgevallen is en epenthetisch in de voorgaande lettergreep overgegaan. Met welk woord in de verwante talen ten ga of tin ga vergeleken kan worden, is onzeker; mogelijk met Oj. tënga of tëngha, naar boven kijken, Tag. tanga, den hals uitstrekken om naar iets uit te zien. «Naar iets uitzien » en «verbeiden» zijn in allen gevalle naverwante begrippen. Vormelijk staat nog dichter bij itngaing, d. i. tingan-i, Iban. singan, kijken, welks ƒ regelmatig voor t kan staan. A i tn ga i = a t n gai n g komtvoorLuk. 1, 17.

aijupoingpoing, verdwijnen in de verte. Poingpoing is «wat eenigszins duister is» ; z. PoiNG. Of a ij a te verklaren is uit a ij ï, staan, en u, in, blijve onbeslist; in AlJU jai, to go up, or east, is j ai duidelijk: ook hier zou u 't voorzetsel kunnen wezen, maar waarschijnlijk is aij u een ander werkwoord, en wel verwant met Day. lius, gaan; ofjav. adju, voorwaarts gaan.

i Voor vollere vormen van 't oorspronkelijk wnsu' luidende woord, zij verwezen naar Codrington o. e. p. 41, waar bij te voegen Bat. en Mal. busur, Oj. wusn, Tag., Bis. busog, Makass. bisoro, Bug. uso.

Sluiten