Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alaak n'itai gaing aijaua: um ahving wai, ja akis alumak in wai aijaua, ik was hongerig, en gij gaaft mij iets te eten; ik was dorstig, en gij gaaft mij water te drinken, Matth. 25, 35; is auroauro n'atimi is ethi ira ra um ahtut, im leh nisa, um ahtaijuli a vinegar, um ati a n aunieng, um aluman, en dadelijk liep een van hen, en nam eenspons, en doopte die in azijn, en gaf hem te drinken, 27, 48. Aluma bestaat uit pref. a, den stam lum, en suff. an. Lum voor num, overeenkomstig de neiging van 't A.een n, wanneer onmiddelijk of door een klinker gescheiden een w volgt, in l te laten overgaan; wij hebben reeds een voorbeeld gezien bij Alum; een ander zullen wij ontmoeten in atelmoi. Dat num de eigenlijke wortel is voor «drinken>, blijkt o. a. uit Day., Iban. danum, water. Inum Mal. enz., unu Fi. enz. is een secundaire wortel, op de wijze van ibër naast wör; ibëk, naast bëk, e. dgl. Vgl. hierachter Umnyi.

Aluo (n aman), (de tong) uitsteken. Luo is mogelijk te vergelijken met Mal. luwar, Day. luar, buiten; Bal. ngluwarang bayu, den adem uitblazen. Onzeker.

Alupai, geven. Eig. geven aan, begiftigen, want het heeft tot suffix i. Flor. lubati.

ALUPAS, groot, ruim. Mal. luwas, ruim, uitgestrekt. In de met A. naastverwante talen zijn wel woorden die hierop gelijken, o.a. Vuras luwo, maar geheel overeenkomende heb ik niet opgemerkt. Verwant is Oj. lwa, ruimte; de sluiter was hierin oorspronkelijk de gutturale triller.

AmAI, kauwen. Pi. mama, Mal., Jav., mamah, Tag., Iban. mama, Bis. mama. Sund. mamah, eten (van een kind); Bal. amah, eten, nuttigen, Jav. pass. en subst. is pamah; dus de wortel is mah, amah.

1. Ame, stank. Vgl. Jav. amis, stank.

2. Ame = Ami, wateren. Fi., Sam. mimi, Mota meme, Tag., Bis. mihi, Makass. meya, Bug. teme, Lamp. miyoh, miyëh, Dair. Bat. miyëh. De stam, als substantief, is Oj. ëyëh, Tag., Bis., Bikol ihi, Nj. uyuh, Dair. Bat. iyëh.

An, voorzetsel: in, op, aan, van. Een verkeerd begrepen a; z. blz. 210. anag-anag, besluiten, bepalen; anag leien, overdenken, overwegen, zich voornemen; uit anag en leien, 't gemoed; Oj. ataki, zich voornemen; matakitaki, zich geestelijk inspannen; Tag. taki taki, overweging, meditatie; Bat. tahi, besluit, voornemen.

Aniv, andere uitspraak Anvi, noemen, verkondigen. Erom. enuwi, zeggen, verkondigen.

Anivaliek, slecht of onduidelijk spreken. Mota tiu, een naam geven. Dus aniv gevormd met pref. ang. Voor liek of aliek, z. Taliek.

Apa-ahni, overal heengaan; uit apan, gaan, en ahni, z. d. —Apa-hai,

Sluiten