Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gespeld atah en atahi voorstellen, zoodat het laatste als transitief van 't eerste kan bedoeld zijn. Atah, uit tah=Jav. tas, geredupliceerd tatas, anatas, doorsnijden; anatasi, mv. Mota toto, to cut, chop, is een variant van tatas, nl. Jav. tëtës, dat o. a. besnijdenis van een meisje beteekent. Verder is Oj. en Nj. tëtës, 't doorbreken (intr.) van een ei, ook «uitbroeien»; tinëtës, opengemaakt (van een ei). Doch at ai isö of«' + taki, Jav. tëtak, besnijdenis; anëtaki, (een jongen) besnijden. Suff. i duidt zoowel een mv. aan, als dat het transitieven vormt met een persoon tot object. Waarom Rev. Inglis atai «a bad word» voor besnijden noemt, is moeielijk te raden; blijkens het Jav. is het integendeel het rechte woord. Vgl. ook Mal. tëtaq, afhouwen, afhakken; Fi. i-tata, a chopping, verondersteld een vorm taktak.

Atako of atakok, kakelen. Uit tako, takok, gekakel; st. ko, kok, Mota koko, kokoko, kakelen; Jav. kokok-kokok.

atalulup, geheel verzinken. Stam lulu, ouder lulup, een variant van Jav. lëlëp; këlëlëp, feitelijk = talulu, onder water gezonken; Sund. lëlëp, ingezonken; tilëlëp, verdronken. De wortel is lëp, waarvan ookin 't Jav. een variant lup bestaat met afleiding katjëlup, ondergedompeld; Sund. tjëlub, antjëlub, zich in 't water dompelen. Day. lëlëp, overstroomd, onder water.

Atamaing, man. Uit ata (ata) en maing, voor mani, mannelijk, Sumb. meni, Wango, Flor., Gilb. eil. mane, Erom. itnateman (voor tangate-man), Fi. atangane, tangane, Tana are-mama, Lifu tramani, Sam., Mao. tane, mannelijk, moedig; man; zal wel uit tangane, tanane, ouder tamane samengetrokken zijn. In 't Makass. is 't woord voor «mannelijk, man» burane, Bug. worowane. Mani is duidelijk een afleiding van 't woord dat in 't Oj. luidt wani, moedig, Mal. b ë r a n i, Makass. barani, Bug. warani, Sang. wahani, Tag., Pamp. bayani, Tomb. waranei, Benten. wahanei, Bima mbani, Sumb. beni, de vormen in Makass. en Bug. zijn zonderling verloopen.

atapnes, sluiten. Uit pref. a' en t a p n e s, gesloten; t gesloten zijn; zie verder Ahpopones, en Tapnes onder de In.

Ataprau, klimmen als een vleermuis. Verwant met Mota kaka-rau, hetzelfde; doch de formatie is niet duidelijk; waarschijnlijk is atap = atah, zich uitspreiden, want Mota kaka, schoon een ander woord, is «den arm

uitstrekken».

Atau, helpen; leiden. Vgl. Erom. t a u r i, leiden.

Atgei, slaan; atgei-atgei, kloppen (van 't hart). Fi. tukia (met suff. an., terwijl A. 't gelijkwaardige suff. i heeft). Vgl. verder de geredupliceerde vormen Jav. tutuk, kloppen, Malag. totoka, Bis. tuktuk, Tag. tugtug,

Sluiten