Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hang, een maaltijd nuttigen. Erom. evang, voedsel;Jav. pangan, 't eten, waarbij mangan, eten, van w. k a n ; vgl. gaing.

Haklin, klein. Is geen adjectief, gelijk reeds zichtbaar is aan t possessiefaanhechtsel 3 ps. enk. Dezelfde onjuistheid wordt herhaald onder /, waar men vindt: «In haklin, young, little, small», met NB. het lidwoord; in hakli pege heet «a small land, an island». Hak 1 i is eigenlijk «ei», en komt ook als zoodanig voorin akli n j a (of j aa), hoenderei. Oj. hantlü, antëlü, Day. hantëloh, Tomb. atëlu, Malag. atody, Tag., Bis. itlog, Mal. tëlor, Flor. tolu, Erom. akli, Mota toli, enz.1. Uit de beteekenis van «ei» heeft zich ontwikkeld die van *'t jong van een dier, jonge plant»; vgl. wat dezen begripsovergang betreft Lit. pautas, ei, met Skr. pota, jong van een dier, jonge boom. Ook omtrent de h van hakli doet zich de vraag voor, hoe de h te verklaren is, zonder dat men een stehig antwoord kan geven.

Ham, komen. Uit han, gaan, en m, uit mai, herwaarts.

Han, gaan. Bijvorm van pan; z. Apan.

Has, slecht. Erom. sat, Fi. <5a, Mal. dj ah at, enz. Z. blz. 158.

Hengaing, verscheiden dingen eten. He = Fi. vei, een veelvuldigheid aanduidende; Erom. (o) v e. N g a i n g kan zijn een wkw. gevormd met pref. a iii (a n g) en k a n + suff. i, tenzij h e n g a i n g een substantief is, in welk geval het zou kunnen staan voor hen (lidwoord) kaing (ouder vorm van gaing); vgl. Erom. ovën Farisi, de Farizeeën; ov n'ëmpunlö, de scharen; en wat overgang van n k in ng betreft: angesi, futur. van kesi.

Henhen, branden, verzengen. Een geredupliceerd hen; z. Ahen.

Heto, op nieuw groeien, bijv. haar; uitkomen van tanden. Vgl. Mota tou, Oj., Nj. tuwuh. Bug., Sang. tuwo; Benten. tuwu, Fi. tuvu, Erom. tupu, Mal. tumbuh, Malag., Day. tumbo, Sumb. tumbu, enz. De He aan 't begin onverklaard; wellicht uit prefix, p e, enz.

Hui aheldei, zeilen. Heldei = Aheled (z. d.) met suff. z; voor hui

weet ik geen verklaring.

Huungni of ahungni lelra, to stil' up. Lel ra is «hun gemoed»; ahungni, z. d.; hu - wellicht voor ëh-.

I (eerste gedeelte).

Ia ofYlA, o ja. Jav. iya.

lasias, kijken. Z. yasyas.

Id, waar? Z. bij Eda.

Idei, aan iets zuigen, zooals aan suikerriet. Z. Edei.

1 Zie voor nog andere talen Codrington o. c. p. 42.

Sluiten