Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoedelijk kawudan, stam Im. ui!a. Mal. hu djan, Jav., Bat. udan, Bikol oran, Malag. orana, enz. Een vorm met voorgevoegd bestanddeel vertoont Ceram rowa, Alor g u w o n; bij dit laatste zou A. g a u p d a zich kunnen aansluiten; met Ceram rowa vergelijke men Aurora, Merlav reu; Aniwa heeft towa. Aangezien in 't Bikol 't prefix tig (— Dair. Bat. en Mal. t ë r) o.a. aanduidt den tijd voor iets, bijv. t i g a n i, tijd van rijst snijden, en pref. ka of ka' een synoniem is van të, laat zich zoowel ka'udan als Aniwa towa verklaren als «regentijd». Vgl. voor de verschillende vormen van de woorden voor «regen» Codrington o.c.p. 48, en «Fidji-taal» (1886), blz. 186 en 231 [zie dezen herdruk, blz. 86 en 130 hiervóór],

Gedo, rat. Mota gasuvva; enz. Z. Codrington o. c. p. 48.

Ged- of Get-PAINGWAING, the erop of a fowl; ged- of get-pame, the bladder ; ged-PAPU the stomach; ged- get-pun, a sheath; o cover. Ged of g e t is Fi. kete, gewestelijk kati, buik; Mao. kete, zak, korf; ged uit ges, en dit uit ke ti, een varieteit van Jav. kan di, zak, buidel. Vgl. Mal. kandong met Jav. kant'ong, Day. kantong, Fi. kato — Pame is een afleiding van m e (z. Ami), pis; Mota m e m e, blaas; pissen; Fi., Polyn. m imi, enz.; pa te vergelijken met Erom. wo, bijvorm van po, A. va, voor (iets dienend); de verharding van den vorigen medeklinker waarschijnlijk ten gevolge van den vorigen medeklinker. Zoo ook in get-pun, voor vun, Fi. vuni, Oj. enz. wuni, Mal. b u n i, Malag. v o ny, Mota g a v u n, verbergen. — P a p u; vgl. Mota ga-vut, maag; krop van een vogel.

Geen, de stok, stam, het hout (er van). Gee schijnt een bijvorm te zijn van gai, beantwoordende aan Mao., Sund.,Tomb. kai, en het tweede gedeelte van Mota tangae, Merlav tan kei, boom, tenzij ee de Umlaut is van ai, bewerkt door de i van n i.

Geen n'efana, a bow and arrows; a quiver. De vertolking blijkbaar verkeerd; de uitdrukking beteekent «'t hout van den boog», d. i. de boog zelf; Sam. au fana, boog. Waarschijnlijk is de ware vorm gee (d. i. gai met

Umlaut) -f- n, uit ni.

Gee[n] ni pan, de mast. Eig. 't hout van 'tzeil; vgl. Epan, onder de

N, en blz. 212.

Get mi, a basket of food. Vgl. Sam. mea, zaak, goederen, levensmiddelen; Fi. me, wat tot iets dient, bijv. ni sa senga na tiki ni bure mendratou, als vertaling van «because there was no room for them in the inn, Luk. 2, 7. Vgl. Maewo m i, aan (eig. substantief, want het regeert een Genitief, bijv. la mi ni au, geef aan mij). Marsh. eil. men, iets, men a manga, iets eetbaars.

Gop, zie Gap. — Gopda, zie Gaupda.

Ngidjin, de neus. Mal, hidung, Oj. en Nj. hirung, irung, Tomb.

Sluiten