Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ngirung, Benten. irun, Mongond. ngiyung, Tag.,Bis. ilung, Iban., Bat. igung, Niasch ighu, Day. urong, Sumb. urung, Malag. oronS, Fi. ur)u; enz.; zie bij Codrington o. c. p. 48.

hadi, een kind. Zal wel eigenlijk z. v. a. «mijn hartje, lieveling» beteekenen. Z. Hadin.

Haing, een portie eten. Vgl. Flor. van ga, voedsel; Jav. pangan; de vorm onverklaarbaar, om niet te zeggen onmogelijk, in plaats van hang.

Haklin, jong, klein. Heet een adjectief, wat zichtbaar onwaar is, want het woord heeft een lidwoord vóór, en 't possessiefaanhechtsel achter zich. Het beteekent eigenlijk «het ei»; voorts «het jong, het kleine van iets». Z. boven onder de H.

Hal, halav, kind. Erom. al au, Singk. Form. r au wei, Tomb. lowai, Fi. 1 u v e. De voorslag van a of h a vóór / en r is zeer gewoon in Oj.

Hat, steen, rots. Mota, Fi. vatu, Sam. fatu, Mao. whatu, Iban.,Mal. batu, Tag.,Bis., Form. bato, Malag. vato, Erom. evat, Oj.,Nj.,Tomb. Tont. watu, enz.

heldei, 't zeilen. Uit stam led (z. Aheled), en een uitgang waardoor 't woord tot een substantief gestempeld wordt. In 't Mota geschiedt zulks met behulp van 't suffix#, d. i. Mal. Jav. an, Makass. ang; bijv. Mota mate, mortuus, matea, mors; Mal. mati dood, kamatian, de dood;Makass. mate, adj., kamateyang, subst. In de Polyn. talen luidt het suffix anga, bijv. tatakanga, 't kappen, welk anga bestaat uit an (overgegaan in ang, gelijk in 't Makass., Bug.) en 't bepalend lidwoord a, dat men in't Makass. terugvindt. Behalve a(n) in Mota en naburige eilanden, treft men in Saa aan e, in murihe, 't leven, van m au ri (uit mau rih, ouder m ah u r i p), levend. Dit e is m. i. gelijk te stellen met Bug. ë n g, Oj. ë n, Bat. on. Verondersteld dat hel dei staat voor heldeni, dan zou de zeen overblijfsel kunnen wezen van een aangehecht lidwoord, en wel van 't lidwoord zooals dat bij soortnamen en afgetrokken begrippen gebezigd wordt; bijv. de mensch is sterfelijk; het goud is zwaarder dan zilver; de wijsheid; de dood. Zoowel in onze taal, als in 't Makass. dient één en hetzelfde lidwoord voor soortbegrippen en voor 't individueele, maar in 't Javaansch bezigt men bij soortbegrippen 't vnw. iku; dus kopi iku. Nu, ditzelfde iku in den regelmatig ontwikkelden vorm iu vindt men terug in 'tMota; bijv. paniu, de hand (als soortbegrip); maar p a n e i, hand (van iemand); doch naast u i is ook in gebruik z'; dus panei; sasai, de naam (soortbegrip), sasa, naam; sasa-na, zijn naam; ului, 'thaar;ulu, haar. Deze «houd ik vooreen overblijfsel van 't lidwoord ya, bijv. in Saleiersch ratuw-iya, de koning, ofschoon de uitgang gi voor i'm de verwante talen pinigi, penigi, benegi (z. Codrington o. c. p. 44) eerder op iki, uit iku, wijst. Hoe het zij «de

Sluiten