Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

banua (uit un wanua), een dorp; am bitu (uit an witu), koper.

Au in wai, the bed ofariverorstream. Veeleer «stroom, rivier», = Erom. u-m-pe. Vgl. het synonieme Day. batang danum , rivier (eig. stam des waters).

Au in wan, hals. Z. v. a. halsbuis, luchtpijp; want wan op zich zelf is «hals»; z. Alginwan.

Au (n 'au intin); mv. Au i tin, darmen. Z. v. a. buizen, kanalen van 't ingewand. Z. Tin.

Auitonga, mes, zwaard. Erom. au itënga. Vgl. Atngei, dooden.

Ayi of Ah, a shade. Jav. ayum of ayom; ngayumi, ngayomi, beschaduwen, beschermen.

1. egen n'UMU, staart van een visch. Oj. ik ü 1, Bat. ik u r (Tob. uitspr. ihur), Mal. ekor, Day. ikoh, Lamp. ikuy, Makass. ingkong, Bug. iko, Niasch i'o, Tag., Bis. ikug, Sumb. kiku, Mao. hiku, Sam. iü.

2. egen, of eugen, of Igen, nageboorte. Hetzelfde woord als 't vorige.

Eget, luis. MP. kutu; z. bij Codrington de vormen van dit woord p. 46.

eding. zon, zonnehitte. Fi. sin ga; vgl. angesenga.

Edo, gedrag. Oj. dwan, don, handeling; doel.

Edoa, oorlog. Oj. donan, o. a. krijgstocht; van don, oogmerk, handeling; dumon, (hij) trekt ten strijd, valt aan.

EDUON, 't been (bot); voet; mv. edue i. Fi. dua, Flor. tua, been; maar knook, bot is huli, d. i. Fi. sui; Tomb. ruhi, bot, hetzelfde woord als Mal. duri, Oj. rwi, enz. doorn; vgl. Lat. spina; zie verder de overeenkomstige woorden voor «bot, knook» bij Codrington p. 40 en vgl. p. 60, waar gewezen wordt op samenhang van edu met Mal. tulang, Malag. taholana, waaraan toegevoegd kan worden Oj., Bat. tahulan, Bis., Ponosak., Mongond. tul an, Iban., Day. tulang. De l in dit woord is dus in A. en Fi. uitgevallen, hetgeen in Tag. meermalen voorkomt.

efana, pijl. In het Engelsch-An. Wdb. heet het «boog». De ware vorm is fana, dat evenals Tag., Bis. pana, boog en pijl moet beteekenen; Sam. fana, geweer; schieten; Fi. vana, Mota vene, met een pijl schieten; Oj., Mal., Day. panah, boog, pijl, schot; Sumb., Makass., Bug. pana, boog; enz. Vgl. Geen n'efana, onder de IN.

EFATA, a press; a shelf. Eigenlijk fata, Fi. vata, rek, schap, halfzolder; vgl. Iban. batangan, solera de la casa; Bis. batang, balk, Mota vat, the space between knots in bamboo; vat tangae, houtblok. Tahiti fata, altaar. In de bijbelvertaling ook «altaar», gelijk Erom. efatï.

Efatimi, oud man. Uit efa en Atimi. Ef(a) vormt het eerste bestanddeel van een samengesteld woord, nu eens met de beteekenis van groot, dan

1 Foutief iku in 't Kawi-Bal. Wdb.

Sluiten