Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uri TONGA ATAHING, Zuidenwind ten Westen; uri tonga atamaing, Zuidenwind ten Oosten. 'tEerste is «vrouwelijke»,het tweede «mannelijke» Zuidenwind. Dus mannelijk z. v. a. rechtsch; vrouwelijk: linksch, als men zich in't punt waar't Zuiden is verplaatst. Uri is Flor. guri, en mata n i guri, wind, windrichting. Vgl. boven AtoNGA.

O.

OHAL-OHAL, ruim. Mota wala, openen; tawala, geopend, tawela ruim. Oj. wëlar, ruim.

oho, vrucht dragen. Andere uitspraak van Aho, uit pref. a en h o, voller vorm hwa, Flor. vua, Mal. buwah, Oj. wwah, Nj. woh, Erom. vuo, enz. Aho, oho = Oj. awwah, Nj. awoh.

Ohpoh, mv. ohpohpa, nat, vochtig. Oj. wasëh, Makass. basa, Mal. b a s a h , nat; Iban., bata.basa, vochtigheid. Vgl. ook Fi., Sam. w a s a, oceaan.

Ohpoi, kleeren wasschen. Flor. apoi, vaatwerk wasschen; afgeleide vorm van apo, wasschen; Mota aqo, 't gezicht en t hoofd wasschen. Oh schijnt omgezet uit ph, tenzij oh^=ah uit a is. Oj. wasëh, watei om de voeten te wasschen; winasëhan, afgewasschen, gereinigd, van was ë h i, afleiding met suffix i, gelijk ook Flor. apoi, A. ohpoi, is; Nj. wasuh, 't wasschen van kleêren door kloppen; doch ook 't aangezicht, de voeten en handen wasschen. Bijvorm Jav. wisuh, waarvan misuhi, de handen of voeten wasschen.

Ohpoihpoi, in de handen klappen. Schijnt een geredupliceerde vorm van 't vorige, aangezien Jav. wasuh bepaaldelijk ook wasschen door kloppen, en ook beuken, kletsen beteekent; rag., Bis. basa, wasschen. Vgl. Ahp o p o i.

Ohpospos = opos-opos, Matth. 25, 8. Zie Opos.

Ohrai, bevelen. Komt in beteekenis geheel overeen met Mal., Jav. suruh, bevel, last; Oj. anuruhi, bevelen, Nj. nuruhi, uitnoodigen. Vormelijk kan ohrai hiermede niet gelijk gesteld worden, maar wel met Jav. n ë d a h i, in Krama gebruikt voor nuruhi.

OHRAN, zingen, spreken. Onzeker of dit te vergelijken is met Tomb. ïani,

zang, geluid, klank, Tont. nani; want oh ra, Erom. sora is «klank, geluid, stem»; z. Ohran onder de N. Intusschen pleit de n in 't wkw. voor de eerste vergelijking, in welk geval o h uit a' moet ontstaan zijn. Misschien is

de n eenvoudig een fout van Inglis.

1. OHUA, vol.Erom. ovuara, obuara, (eig. beladen, gevuld); van den stam waartoe Nj. amot, mot, bevatten, inhouden, beladen, bezwaard, behoort. Die stam is oorspronkelijk wë'at, bijvorm wërat, wrat, Mal.

Sluiten