Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T.

Tah, iemand, een zekere. Uit t a, 't eerste bestanddeel ook van t h i, één, Mao. tahi; en li uit sa, Mal., Jav. enz. sa, één; ook als tweede bestanddeel in Vaturanga kesa, Malag. isa.

Taiiihpen, sheltered; protected. Pen lijkt wel Oj. wuni, Mal. buni, enz. verbergen, te zijn; ta 't bekende prefix; hih onverklaarbaar.

Taing, schreien, weenen. MP. tangis. Z. Ehtingtaing, Paingtaing (onder de IN), en blz. 189.

Tak, Lat. ne. Doch tak itai, niets, Matth. 23, 16,18. Dit laatste strookt metMota tagal, niets; niet. Ta = MP. ta, ontkenningspartikel.

talala, uit het gezicht verdwenen. Verwant Jav. kalëlëb of këlëlëp, weggezonken; een bijvorm van lëb, is lab, waarvan o.a. t transitiei ngalabi, overstroomen, geheel bedekken.

Taliek, badly. Het is echter een part. p. «verkeerd»; als adjectief: averechtsch, verkeerd, slecht; hetzelfde woord als Oba taligu, terug. Eenvoudig adjectief is Tana rikau; min of meer verwant Flor. diko, slecht; Makass. djeko, kromming; Day. haleko, gebogen; enz. Taliek, taligu behooren hoogstwaarschijnlijk bij den stam waarvan Tag., Bis. talikud, met den rug naar iets gekeerd; Tomb. tumalikur, den rug toekeeren; talikuran, 't Westen. De wortel is kud, waarvan secondaire stammen met schakeeringen in de beteekenis gevormd worden met voorvoegsels 1 i, i, dje, le, pung.

talulu, overstrooming. Vgl. Jav. lub of lup, klanknabootsend woord om aan te duiden datiets in 't water gedompeld wordt; katjëlup of katjëlub, ingedompeld geraakt, van tjëlub, tjëlup, indompeling; salulup, onder water duiken.

taluopni, overschaduwen (ontbreekt bij Inglis; komt voor Matth. 17, 5). Bevat opni, Fi. vuni, verborgen; vunia, Mota tavun, Motu tahuni, Oj. amuni, Malag. mamoni, verbergen; stam wuni. Talu van denzelfden stam als Mota, Fi., Sam. malu, Mao. maru, schaduw. In taluopni ligt dus 't begrip van «door schaduw bedekken».

Tamop hadin, uit den adem door 't loopen. Bevat hadi, borst; z. d. Tamop moet «hijgen» beteekenen, want mopmo p is «asthmatisch», mopo, de lever. In tamop hadin zullen met hadin wel de longen bedoeld zijn.

Tas, spreken. Z. Asaing (of Asan).

1. Tau, antwoorden. Day. tahor, Sund. taur, betalen. Jav. sahur is zoowel antwoorden, als betalen. Vgl. Taureliek.

2. Tau, to pierce a stick. Sam. tau, slaan; Fi. tau-Joka, doorboord.

3. Tau, to fit on. Mota tau, to set in place so as to catch; Fi. tau Ja.

Sluiten