Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles wat Fa-Hian mededeelt is belangrijk, omdat het toont welk eenen invloed reeds in 400 na Chr. de Hindus uitoefenden op een gedeelte van den Archipel, en bepaaldelijk op dat gedeelte hetwelk als een tusschenstation tusschen Voorindië en China beschouwd kan worden, maar zijn verhaal kan niet strekken om uit te maken, dat men onder Yava-dïu Java verstaan moet in tegenoverstelling tot Sumatra. Als Ptolemaeus gewag maakt van den rijkdom des eilands aan goud, dan zou men geneigd zijn ook hieruit op te maken dat hij met Iabadiu het grootste eiland bedoelde, of wel dat zijne zegslieden tusschen Java en Sumatra, om welke redenen dan ook, geen onderscheid maakten. Al hetgeen Ptolemaeus verder opgeeft, is alleen van nut om ons te overtuigen, dat behalve Java en Sumatra, geen andere grootere eilanden aanspraak kunnen maken Iabadiu te wezen. Wanneer men het aangehaalde hoofdstuk doorleest vindt men telkens gewag gemaakt van eilanden door menscheneters bewoond; van Iabadiu wordt gesproken als van een beschaafd land, met eene hoofdstad, hetgeen het bestaan van andere steden veronderstelt. Nagenoeg 250 jaar nadat de Alexandrijn zijn werk geschreven had, vond de Chinees Fa-Hian op Jefo-thi de Brahmaansche instellingen reeds in vollen bloei. Hoe lang van te voren de Hindusche beschaving tot Java-Sumatra doorgedrongen was, is onbekend, doch klaarblijkelijk was ze daar al ten tijde dat Ptolemaeus den Indischen naam, benevens de vertolking daarvan, opgaf.

Het zal bij menigeen, die niet met den aard en omvang der tot ons gekomen Sanskritsche letterkunde bekend is, bevreemding wekken als hij verneemt hoe luttel van Yavadvïpa in Indische werken te vinden is. Toen Lassen in 1852 het 2de deel zijner Indische Alterthumskunde uitgaf, wist men in Europa niet eens, of Yavadvïpa wel in een enkel Sanskrit werk voorkwam. Wel is waar vermeldt een zeer bekend dichtwerk, het Ramayana, ons Yavadvïpa, doch de volledige uitgave van 't gedicht, waarvan men zich in Europa bediende, die van Gorresio namelijk, is eene doorloopende omwerking van den ouderen tekst en heeft ook Yavadvïpa, of naar eene mogelijke andere lezing Javadvïpa, verknoeid tot Jaladvïpa, d. i. «watereiland»; eene snuggere verandering. Later zal zich de gelegenheid opdoen om over andere verbasteringen van Yava te spreken; vooraf zij hier de bedoelde plaats uit het Ramayana meegedeeld, volgens de Bombaysche uitgave van 1863.1 In Boek IV, Hoofdstuk 40, vs. 30 leest men, dat de apen (d. i. de winden) op bevel van Hanuman voor Rama (den Zomergod), ten einde de geroofde Sïta op te sporen, onder de verschillende landen in het verre oosten ook moeten gaan naar Java:

1 Zie reeds mijne korte opmerking over deze plaats, in do Preface to the Brhat Samhita (1865); verg. deze Serie, dl. IV (1916), p. 103 noot. (Noot van 1916).

Sluiten