Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouw van 't Ramayana zoo aanmerkelijk van die, welke men aantreft in werken uit het laatst der 5de eeuw onzer jaartelling, dat men noodzakelijk een geruim tijdsverloop moet aannemen tusschen het heldendichten zulke boeken als de Pauliga-Siddhanta uit het laatst der 5de eeuw, als het Aryabhatïyam van 499, als deRomaka-Siddhanta van 505, enz. Om kort te gaan, naar eene ruwe schatting moet het bericht in het Indische gedicht ongeveer gelijktijdig zijn met dat van Claudius Ptolemaeus, derhalve van omstreeks 150 na Chr. dagteekenen. Zooveel is zeker, dat de aangetogen plaats uit het Ramayana de oudste is uit het eenig Sanskritsch werk, dat van Yavadvïpa spreekt, voor zooverre tot nog toe bekend is.

In tijdsorde volgt nu eene andere opgave, waarvan we met juistheid den tijd kennen. In het sterrekundig leerboek van Aryabhata, geboren 476 na Chr., wordt namelijk gewag gemaakt van Yava-koti, d. i. «puntvan Java».1 Aangezien het werk van Aryabhata nog niet gedrukt is, zij hier tot toelichting medegedeeld, dat reeds bij dezen sterrekundige, evenals bij al de lateren, de eerste meridiaan getrokken wordt over Oojein (Skr. Ujjayinï, 'OQrjvr,) en Lanka (Ceilon). Op 90° westelijk van dezen meridiaan liep, zoo men waande, die van Rome, en op 180° westelijk die van de Insulae Fortunatae. Gelijk men ziet, is het vermeende getal graden tusschen de meridianen van Ceilon en Rome te groot; de fout bij Ptolemaeus is nagenoeg even groot. De tweede fout is nog veel grooter, en tevens veel grooter dan bij Ptolemaeus. Ten oosten op 90° van den meridiaan van Ceilon werd die van Yava-koti geacht te wezen. Stellen we, dat met Yava-koti de oosthoek van Java bedoeld is, dan vinden we wel is waar dat het verschil in lengte tusschen beide plaatsen niet eens de helft bedraagt van die, welke de Indische sterrekundigen aannemen, doch we hebben reeds opgemerkt, dat het verschil in lengte tusschen de Insulae Fortunatae (Ferro) en Rome ook geschat werd op 90°, terwijl het in werkelijkheid ongeveer 30° bedraagt. De onjuistheid dus der opgave kan geen bezwaar zijn tegen de gelijkstelling van Yava in Yavakoti en Yavadvïpa. De woorden van Aryabhata luiden:

Udayo yo Lankayam so 'stamayas savitur eva Siddhapure | smadhyahno Yavakotyam Romakavisaye 'rdharatras syat ||

«Als de zon opkomt op Ceilon, is het zonsondergang in de stad der Gelukzaligen (180° W. L. van Ceilon), middag aan de punt van Java, en middernacht in het land der Romeinen.»

Hetgeen we hier bij Aryabhata lezen, vindt men in alle latere Indische leerboeken over sterrekunde terug; alleen heeft de onwetendheid der afschrijvers, misschien ook der latere schrijvers, Yavakoti in Yamakoti ver-

1 Aryabhatïyam, IV, vs. 13. — (Over den schrijver verg. mijn «On some fragments of Aryabhata» van 1863; zie deze Serie, dl. I (1913), p. 33 vlg. Noot van 1916.)

Sluiten