Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderd 1. Een afschrift van Aryabhata's werk zelf, dat in het noorden van Indië gemaakt is, heeft Yamakoti. Al de bekende afschriften uit het noorden zijn echter van begin tot eind bedorven en geheel onbruikbaar; van een commentaar weet men daar ook niets. Toch zijn er ten minste drie commentaren van, die in het zuiden van Indië algemeen bekend zijn, en op de Londensche boekerijen voorhanden. Nu, zoowel in den tekst, dien beide commentaren volgen, als in de verklaring staat Yavakoti. In een er van wordt naar aanleiding van bovenstaand vers ook de Sürya-Siddhanta aangehaald. In de gedruktejjitgave van dit werk2 staat wederom Yamakoti, terwijl de uitlegger van Aryabhata in zijne aanhaling Yavakoti schrijft. Ook de gedrukte uitgaven van den Siddhanta-Qiromani hebben Yamakoti. Hoe de schrijvers tot dat Yama vervallen zijn, is licht te verklaren. Vooreerst zijn voorbeelden eener verwarring van v en m talrijk; verder is Yama, de Indische Pluto, een naam dien ieder Hindu kent, al weet hij niets van 't Sanskrit; daarenboven heeft ieder wel eens gehoord van Yama's stad, daar ver aan het einde der wereld. Ongelukkig is Yama's stad niet in het oosten gelegen, maar in het zuiden. Voorts is een woord Yamakoti in 't Skr. evenzeer onzin, als «Pluto's punt» het in onze taal wezen zou.

De zoo even genoemde plaats uit den Sürya-siddhanta verdient ook, dat we een oogenblik er bij stilstaan. Ze luidt:

bhüvrttapade pürvasyam Yavakotïti vigruta |

Bhadragvavarse nagarï svarnaprakaratorana ||

«Op een vierde van den omtrek der aarde, ligt oostelijk, in het werelddeel der Bhadragvas de als Yavakoti vermaarde stad, wier wallen en poorten van goud zijn.»

Bij Aryabhata vindt men niets er van, dat Yavakoti eene stad is, doch in den Sürya-Siddhanta, die wel is waar niet in den oudsten, maar wel in den tegenwoordigen vorm later is dan Aryabhata, is de «punt van Java» tot eene hoofdstad geworden. De gouden wallen en poorten schijnen eene opsmukking te wezen van het bericht in 't Ramayana. Die opsmukking heeft in zooverre waarde, omdat ze ons, zoo noodig, versterkt in de overtuiging, dat \ avakoti de echte lezing is, en Yamakoti eene verknoeiing daarvan, doch voor 't overige geeft ze ons niet meer middelen aan de hand om tusschen de aanspraken van Java en Sumatra op den naam Yava te beslissen.

Behalve in Sanskritsche bronnen laat het zich verwachten dat ook in Tamilsche werken van Java melding gemaakt wordt. Althans in Winslow's

Verg. den tekst met de lezing «Yamakoti», in mijn Preface to the Brhat Samhita van 3865; zie deze Serie, dl. IV (1916), p. 116. En verg. ook in dl. I (1913), p. 43—45 der in de vorige noot aangetogen studie. (Noot van 1916).

2 XII, vs. 38 (ed. Fitz-Edward Hall, Calcutta 1859; Bibliotheea Indica).

Sluiten