Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tamil-Engl. Dictionary (1862) wordt opgegeven Yavattïvu (uit Yavadïv, d.i. «eiland der Javanen») en Yavam (d. i. 't Javaansche, nl. eiland). Ook komt in hetzelfde werk onder 't woord pashei (taal) eene lijst voor van 18 talen, waarvan 16 in Voorindië gesproken worden; de twee overige zijn het Chineesch (Sinam), en het Javaansch (Savakam).1 Het is zeker aan onachtzaamheid te wijten, als in stede van savakam, hetwelk in het woordenboek ontbreekt, opgegeven wordt savasam, met de vertolking: «one of the eighteen languages — the Malay (!) language of Java». Het is alleszins twijfelachtig, of de Tamils onder hun Javaansch juist die taal verstaan, welke wij de Javaansche noemen, want de Siameezen noemen de Maleische taal Javaansch; dit feit vindt men vermeld in van derTuuk'sBatakschLeesboek, 4de stuk (1862), bl. 43. Al de bijzonderheden die van der Tuuk nog verder vermeldt, en waarnaar ik den lezer verwijs, strekken al weder om ons te doen gelooven, dat met den naam Java ook Sumatra werd aangeduid. Zoo goed als de Arabieren ons Java groot-Java, en Sumatra klein-Java noemen, schijnen de Indiërs, reeds in veel vroeger tijd éénen naam op beide eilanden toegepast te hebben.

Bij gelegenheid dat hierboven het Ramayana werd aangehaald, is het gebleken, dat Yavadvipa het goudeiland heette, of ten minste dat er zulk een eiland bekend was. Het Goudeiland, Suvarnadvïpa of Svarnadvïpa, is nu ook van elders bekend. Het komt verscheiden malen voor in de verzameling van vertellingen, die onder den titel van Kathasarit-sagara door Somadeva uit Kasmïr in de 12de eeuw uit oudere bronnen bewerkt en uitgegeven zijn. Men leert in dit werk2 Suvarnadvïpa kennen als een land, dat druk door kooplieden bezocht en aangedaan werd op hun tochten naar Kataha. Ofschoon dit Kataha ook een dvïpa, d. i. eiland, genoemd wordt, kan toch kwalijk iets anders er meê bedoeld zijn dan Katai, d. i. China. Uit Kathasarit-sagara 56, 60 blijkt, dat men van Kataha uit de reis aanvaardende eerst het Kamfereiland bereikt, vervolgens het Goudeiland, daarna Ceilon en dan het vasteland van Indië. Gemakshalve laat ik de aangehaalde plaats hier in haar geheel volgen:

Tac chrutva sa tato vipro vanija Danavarmana |

potena gacchata sakam Katahadvïpam abhyagat ||

tatrapi sa dvijo 'grausld gatam tam vanijam tatah |

dvïpat Kanakavarmanam dvïpam Karpürasamjnakam ||

evam kramena Karpüra-Suvarnadvïpa-Simhalan |

1 L. c. p. 754. In het Tamil vervangt de harde keelletter c de zachte j; de heersohende uitspraak maakt daarvan weêr eene s, zoodat Savakam beantwoordt aan Skr. Javaka (spr. uit Dzjawaka).

■ Zie Kathas. 54, 86, 100, 129;—56, 62;—57, 72;—123, 110. — (En verg. mijne bespreking uit 1885; deze Serie, dl. III (1915), p. 281—284. Noot van 1916.)

Sluiten