Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting van Taprobane —juister laten zich de streken niet aangeven — enkele wilde volksstammen, zooals de Hippioprosopi (menschen met paardenkoppen) en menscheneters, welke de Hindus in Achterindië terecht of ten onrechte plaatsen. Als men van die wilde streken in oostelijke richting vaart, zóódat men aan zijne rechterhand den oceaan heeft en aan de linker het land, dan komt men aan den Ganges(!) en aan het verst oostelijk gelegene vasteland, «het Gouden» geheeten. Hier de eigen woorden des schrijvers: /.isza öè zavza, elg zrv avaroXrjv xal toxeavóv èv öe^toTg tyovzoiv, tvwvvfia ös zd Xozrcd èl-ofrev nuQunXeóvziov, o rdyyrjg anarrci y.al rj neqi avzóv èayazrj rijg avazoXijg ijnsiQog rj XQvaij. noxa^og óé iaztvTteylavzrjv ó Tdyyr^gXtyóutvog. Het is overbodig er op te wijzen, welke verwarde begrippen de schrijver omtrent den loop van den Gangesen de kust van Voor-en Achterindië had. Volgens hem is Chryse het uiterste vasteland ten oosten, en stroomt de Ganges daaromstreeks. Na straks hierop gesproken te hebben van eenestad aan den Ganges, van denzelfden naam, en van de natuur- en nijverheidsvoortbrengselen, gaat hij voort: xaz' avzóv dè zóv noza^ióv vrjoog èozlv cnxeaviog, ttf/uzii ziov noog avazoXtjv /.isqujv rijs oixov/iiêvyg, vn avzóv dvêynvza zov ijXiov, y.aXov/uèvrj XQvaij, yeXojvrjv èyovoa navziov zwv xaza ztjv'eqv&Qctvzómov «Qiazr^v. Derhalve, bij den Ganges (die omstreeks 't uiterste gedeelte van 't vasteland zou loopen) ligt een eiland, ook Chryse genaamd. Dit Goudeiland is het oostelijkste der bewoonde wereld, ligt juist daar, waar de zon opkomt, en levert het beste schildpad op.

Uit deze gedeeltelijk mythologische volzinnen, die men in een Grieksch prozawerk uit dien tijd niet zou verwachten, leiden we af, dat er, afgescheiden van het Goudvasteland, nog een Goudeiland bestond, en verder, dat de schrijver getrouw, zelfs slaafsch, weergeeft wat hij van Hindusche of andere varensgezellen had opgevangen. Dat het Goudeiland daar zou liggen, waar de zon opkomt, stemt vrij wel overeen met de mythologische phrase in 't Ramayana omtrent Yava-dvlpa gebezigd.

Gaan we over tot een later Grieksch schrijver, Dionysius Periegetes (2e eeuw na Chr.), die in de volgende regels 1 nagenoeg hetzelfde vertelt:

ónózav Sxvthy.oïo (ia&vv ijóov coxsavóio Ntfi zd/n)]S, 71QOZSQIO dè rtoóg tjcptjv aXcc y.a/.ti/jr]S,

Xqvgel^v tol vijoov ayei rcoQog, è'v&a xal auzov ylvzoXLrj xa&aQolo cpaeivszai qeXioio.

Dit strookt zeer wel met het vorige: ook hier wordt van het Goudeiland verteld, wat in den Periplus daarop van toepassing wordt geacht. Nu be-

1 Geogr. vet. script. IV, bl. 110(vs. 537, vgg.).— (Nieuwereuitgave door Müller, Geogr. graeo. min. II (1861), bl. 102, vgg. Noot van 1916.)

Sluiten