Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den zin van «mannetjes-varken», anderen in dien van een zwarten vogel; sommigen verstaan onder vetasa rotting, anderen Eugenia 1. Daar men nu 't woord in tweeërlei zin kan opvatten, bestaat er twijfel omtrent de keuze.»2

De kwestie tengevolge van de dubbelzinnigheid der aangehaalde woorden wordt nu verder zoo beslist: «dat men zich in dezen te houden heeft aan 't spraakgebruik der beschaafden (gista, niet te verwarren met arya, gelijk in 't door Colebrooke meegedeelde uittreksel geschiedt); dat, vermits in Veda-teksten klaarblijkelijk met yava gerst, met varaha zwijn, met vetasa rotting bedoeld is, de eerste beteekenis van yava moet geacht worden te zijn die van gerst, en de oneigenlijke of overdrachtelijke die van gierst.»

Het is, dunkt me, duidelijk genoeg dat yava, varaha en vetasa behalve de meest gewone beteekenis nog eene andere hadden; voorts dat er geen sprake kan wezen van ontleende woorden, op grond van 't boven aangemerkte en ook op grond daarvan, dat 't eenigste vreemde volk dat in aanmerking zou kunnen komen de Iraniërs zijn. Nu is het onmogelijk dat Skr. varaha en vetasa in eenige Iraansche taal evenzoo konden klinken. Wel is waar bezitten de Iraniërs, evenzeer als de Afghanen, 't woord yava ook, thans in den vorm van jav, maar juist bij hen duidt het gerst, en niet gierst aan. Of in den Veda yava overal gerst beteekent, is aan bedenking onderhevig. In andere Indogermaansche talen (waarvan de Indiërs geen kennis droegen), bestaat hetzelfde woord, en wel in gewijzigde opvatting; 't Litausche java (gebruikelijk als meerv. javai) is «koorn»; over de beteekenis of beteekenissen van 't etymologisch verwante Grieksche £ecc en £emx (spelt?) zijn de geleerden het niet eens, behalve in zooverre dat het meer dan ééne graansoort aanduidde.

In alle landen waar ééne taal verbreid is over streken van verschillend klimaat of verschillenden bodem vindt men verschil van toepassing van één en hetzelfde woord op verschillende gewassen. Om eens dicht bij huis te blijven, in sommige streken van Duitschland verstaat men in de wandeling onder koorn rogge, in andere tarwe, in andere spelt, in andere haver, in andere gerst. Daarbij vergeleken is de dubbelzinnigheid van 'tSkr. yava over een veel grooter taalgebied eene kleinigheid. Anders wisselt misschien in geen land ter wereld 't klimaat en daarmee de plantengroei op een betrekkelijk klein bestek zóó af als in Indië. Welk een verschil tusschen de gletschers van den Himalaya en de brandende vlakten van Hindustan, de

1 Colebrooke moet gelezen hebben jambïre «citroen», voor Qabara's jambvam «Eugenia», de jambu.

2 Tatra kecid dïrghapükesu yavapabdam prayufijate, kecit priyangusu; varahaijabdam kecit sükare, kecit kfsnapakunau; vetasa^abdam kecid vanjulake, kecij jambvam. Tatrobhayatha padartliavagamad vikalpali.

Sluiten