Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klas duldde en iedere overtreding strafte. Een man van de wet. Stipte orde, precies op tijd beginnen, geen gelach of gepraat in de klas, dat waren de dingen, waar meester Bellerman het allereerst op lette. De jongens waren bang voor dien meester, ze schreven bééldig mooi om geen standjes te krijgen, ze leerden alle lessen prompt van buiten, uit vrees voor straf. De jongens van meester Bellerman werden allemaal nauwkeurig en netjes op hun werk, voorzichtig met hun boeken, zuinig op pen en potlooden. Alleen Piet Parker kon aan die strenge stiptheid niet wennen, 't Maakte hem zenuwachtig en beverig. Hij hield meer van gemoedelijkheid, maakte het zich liever wat gemakkelijker.

„Taalschriften inleveren," sprak de onderwijzer en begon ze alvast op te halen.

De schriften zagen er keurig uit. Geen vlekje, geen smetje. Ze waren alle nog eens gekaft met een lichtgeel, glanzend papier.

Piet grabbelde in zijn lessenaar. Waar was het taalschrift? O wacht, daar had je het al. Hè gelukkig Alstublieft, meester.

„Ik vroeg je taalschrift, Piet," verduidelijkte meester, 't cahier weer neerleggend op de bank.

Sluiten