Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als aan den grond genageld bleef Piet op de deurmat staan.

Wie zat daar? Was dat oom Piet?

Loop heen! De meneer van den sneeuwbal was het!

„Wat scheelt eraan?" vroeg Pa, „kom je niet binnen ?"

„Wel kerel!" riep oom, „heb ik soms een bavianengezicht, dat je zoo van mij schrikt?"

Piet kwam nader, maar scheen nog te weifelen of de kennismaking zou beginnen met 'n standje over sneeuwballen gooien.

„Zou je je peetoom niet 's een hand geven?" zei Moe.

Piet reikte oom de hand en oom schudde die krachtig. „Zoo zoo, en ben jij nou Piet! Sapperloot jongen, toen ik naar de Oost ging, was je nog maar een mormeltje, hoor. Maar je bent een fiksche vent geworden. Hoe oud ben je nu?"

„Dertien jaar, oom."

„Kranig, kranig. Nou jongen, 'k feliciteer je nog met je Moeder, hoor, en houd haar in eere. Voor jou heb ik wat moois meegebracht. Wat duivel, waar toch m'n koffer zoo lang blijft! Laten ze 'm

Sluiten