Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twaalf uur de deuren geopend, of Piet Parker, Hans van Zetten en Toon Willers stormden naar buiten, regelrecht naar het hun zoo bekende magazijn van sport-artikelen. Lang aarzelen deden ze niet, en het duurde geen tien minuten, of de club was in 't bezit van haar nieuwen voetbal. Een pracht-exemplaar was het, en Piet streelde het geel-bruine leder, dat strak om de blaas gespannen stond.

„Is-die hard?" vroeg Toon.

„Als een kei," beweerde Piet, en om het te bewijzen, knikkerde hij den bal tegen Toons neus.

Toon vond, dat het nogal schikte.

Vol lof en bewondering over hun nieuw eigendom en telkens elkander wijzend op de degelijkheid van 't werk, vervolgden de jongens hun weg en waren eindelijk meer in de buitenwijken aangekomen. Al voortgaande wierp Piet telkens den bal tegen de straat, ving hem weer op en wees zijn makkers, hoe prachtig hij van den grond opveerde. Ten laatste kon hij zijn verlangen niet bedwingen, om den bal eens een flinken kick te geven, en suizend vloog de bruine kogel vér boven de huizen uit.

„Pas toch op, kerel," vermaande Hans, die verbazend bang was, dat de politie beslag leggen

Sluiten