Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die jongen? Weineen, meneer, hij kwam mij alleen maar zeggen, dat ik hier onmiddellijk een ruit moest inzetten!"

„Honderd bommen en kanonnen!" schold de bewoner, „wat een kanaljepak, wat een boeven!"

Maar hoe hij ook tierde en met de voeten stampte, het einde van het liedje was: betalen.

Piet en zijn makkers hadden verbazend veel pret over de handige manier, waarop hij zich uit de klem had bevrijd. Hans van Zetten riep: „Piet, met de ruit was je weer de ongeluksvogel, maar je hebt je er zoo kranig uitgered, dat ik je nooit weer dien naam zal geven, 't Was fameus!" Zij gingen nu eerst huiswaarts, om vervolgens tegen half twee op het voetbalveld te verschijnen. Thuisgekomen, miste Piet zijn boekentasch. He, waar zou die gebleven zijn? Verloren op straat? Neen, dat kon niet. Wacht, misschien in den winkel laten liggen! Dat kon. Direct na de koffie liep Piet naar 't ledermagazijn. Niemand had daar de boekentasch gezien. En hoe Piet ook zocht, nergens kon hij het verlorene vinden. Dien middag voetbalde hij met een ongerust geweten.

Sluiten