Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hèèèè!" hoorde je langs de rijen der toeschouwers, deels van teleurstelling en spijt, deels van blijdschap.

„Stommeling ! Ongeluksvogel!" beet Hans zijn vriend nijdig toe. „Waarom centerde je niet over, 'k had 'm der zóó ingestopt!" Piet had er evenveel spijt van als Hans. Met hangend hoofd trok hij wat achteruit, teneinde den bal uit de goal van Jupiter weer te pakken te krijgen. Maar nu begon hetzelfde spelletje weer van voren aan. De Rood-Zwarten hadden nog geen puntje gemaakt. Wel werden af en toe bijna niet te houden ballen geschoten naar Leonidas' doel, waar Toon Wilkers een keepertje uit duizenden was, maar gedoelpunt had er niet één. En zoo bleef het tot het oogenblik, dat de scheidsrechter 't fluitje aan den mond bracht en de rust blies.

De grens van 't speelterrein werd door de toeschouwers verbroken; ieder zocht een bekende onder de spelers om zijn verbazing lucht te geven over de kranige houding van „Leonidas." De Oosterdijkers waren er stil van. Volgens hunne voorspelling had „Jupiter" nu 5, minstens 4 goals moeten hebben, en ze hadden er nog niet één. Rood-Zwart

Sluiten