Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toon bracht eveneens zijn rijwiel in den tuin en zette het tegen den huismuur.

„Goeie morgen," zei Piet, „jij bent er ook vroeg bij!"

„Ja, ik was nog al gauw klaar en ben maar naar jou toe gekomen. Wat voer je uit?"

„Ik moet de kogelassen even nazien," zei Piet. „Het is vervelend rijden met krakende en piepende assen."

„En moet je ze daarvoor alle uit elkander halen?" vroeg Toon verbaasd.

„Het is beter ze uit elkander te halen en te smeren," sprak Piet wijs, ofschoon hij 't nog nooit gedaan had.

„Kan je er goed mee overweg?" vroeg Toon.

„O ja, ik wel. 't Is in een oogenblik gebeurd. Kijk eerst draai ik de schroeven van het voorwiel los, en nu — een — twee — drie — het wiel eruit."

„Pas op!" riep Toon, „daar rollen je kogeltjes weg."

„Dat is niets, hier heb ik ze alweer."

De kogeltjes waren in 't zand gevallen tusschen de kiezelsteenen. Piet zocht ze ijverig met zijn vette, zwarte olie-handen.

Sluiten