Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoeveel zijn er geweest?" vroeg hij aan Toon. „Ik denk zoowat vier en twintig," sprak deze. „Dan heb ik er al veertien," zei Piet. „Zoek jij even" de andere, terwijl ik het achterwiel en den

ketting afneem."

Met veel rukken en draaien en trekken en

klemmen van zijn vingers was eindelijk het achterwiel uit het freem bevrijd. Een nieuwe stroom van

kogeltjes rolde tusschen het grind.

„Ziezoo, nu kunnen we beginnen," sprak Piet. „Ik zal eerst de assen schoonmaken en opnieuw

insmeren."

„Piet, kom je even eten?" riep Moe.

„Joe, dadelijk."

„Eet nu eerst, jongen."

„Ik kom. Wacht jij hier wat Toon, of als je liever even wilt rondrijden, haal dan de andere

jongens vast."

Toon vond dit verkieselijker dan het toekijken

op het gepeuter aan Piets kar. Hij nam zijn blinkende, keurig afgewerkte machine van den muur en reed door 't hekje den tuin uit, die op den weg uitkwam.

Piet waschte even z'n zwartbesmeerde handen

Sluiten