Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en doornat, razend en mopperend verdween van Putten ten slotte in de richting der tuinmanswoning.

Piet kwam uit zijn schuilhoek.

Van pret duikelde hij kopje over op den weg, en nog lang klonk zijn vroolijk geschater door het bosch. Zóó vroolijk maakte hij zich over dit voorvalletje, dat hij het eigenlijke doel van zijn tocht totaal vergat. Bovendien werd nu z'n aandacht getrokken door een automobiel, die van verre aanstuiven kwam en af en toe een waarschuwend toetöeöeöeöoe!! liet hooren.

„Sapperleonidas!" dacht Piet, „die auto rijdt véél te hard. 't Is schande om zoo hard door óns bosch te tuffen. Weet je wat, dat ding moet stilhouden! Stoppen moèt-ie, stoppen zal-die!"

En zwaaiend met de armen als een noodsein, wijdbeens op den weg staande, schreeuwde hij:

„Hei ho! Help, moord, hei, ho!"

De chauffeur, niet anders denkende, dan dat daar ter plaatse een ongeluk was gebeurd, remde uit alle macht en wist de voortsnellende machine spoedig tot staan te brengen.

„Om 's hemels wil, Piet, wat is hier gebeurd ?" riep een heer, die uit de auto sprong.

Sluiten