Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zaten ze bijeen. Pa, Moe en Oom. De

gezichten stonden ernstig.

„Hoor eens, ventje," begon Papa, „ik hoor daar weer van die malle dingen van je, en nu wilde ik je eens kort en goed zeggen, dat die moeten ophouden. Je bent binnenkort veertien jaar, en dat is een leeftijd, waarop iedere rechtgeaarde jongen aan zijn toekomst begint te denken. Aangezien jij dat echter niét schijnt te doen, doen wij het. Neem een stoel en ga eens bij ons zitten."

Piet deed het — hij verwachtte niet precies zoo'n hartelijke ontvangst, ofschoon hij wel vermoedde, dat er iets broeide.

„Luister nu, jongen," vervolgde Pa. „Wees nu eens een oogenblik ernstig. Je bent niet slecht of onverbeterlijk, maar wat onhandig en speelsch. En die twee hoedanigheden moet je afleeren. Wat denk je nu later te worden in de wereld?"

Piet staarde naar de bloemen op het tapijt, maar kon geen antwoord geven.

„Is er nu heelemaal niéts, dat je interesseert?

„Ja — ik wou — bij Oom."

„Nu ja, dat heeft Oom je eens voorgesteld. Maar had je nu zelf niet een ander plan?"

Sluiten