Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij de straat uit en wilde even op zijn horloge zien, toen hij bemerkte, dat hij het niet aan had. Toen liep hij nog gauw even terug om 't klokje te halen.

„Jongen denk toch om den tijd," zei Moe.

„Wel Moe," zei Piet, „als ik niet aan den tijd dacht, zou ik immers mijn horloge niet komen halen?"

Daarop verliet hij voor de tweede maal de woning en nam voor 't gemak en om spoediger aan 't station te zijn, de paardetram. Eerst betaalde hij den conducteur met een halven cent inplaats van een dubbeltje en bij 't verlaten der tram liet hij zijn portemonnaie op de bank liggen. Dit bemerkte hij echter eerst, toen hij aan 't loket een kaartje tweede klasse Rotterdam vroeg. Eerst zocht Piet in het lokaal van de loketjes naar z'n verloren schat, toen schoot hem te binnen, dat de portemonnaie wel in de tram gebleven kon zijn, terwijl hij eruit ging. Daarop haastte Piet zich naar de tram, die juist weer wegreed, 't Paard scheen te begrijpen, dat de stal hem wachtte en liep heel wat vlugger dan zooeven. Piet holde zoo hard hij kon èn had juist de tram ingehaald en tot staan weten te brengen, toen hij zag, dat het de verkeerde was. Nu holde hij weer terug en kwam de andere tegen. Ja! de conducteur

Sluiten