Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had de portemonnaie gevonden en bewaard. Piet gaf den man een gulden fooi, alweer uit pure blijdschap en dankbaarheid, holde toen weer naar 't station, nam zijn kaartje tweede klas en kwam juist op het perron toen de trein het station verliet.

Uitgeput liet Piet zich op een rolwagentje neervallen. Na een half uur wachtens kwam de tweede trein. Piet stapte haastig in een coupé, die nog geheel ledig was en met een langgerekt: „hè hè" liet hij zich eens gemakkelijk in de kussens neervlijen.

De trein vertrok en aan 't volgende station kreeg Piet gezelschap van een deftig heer.

„Kaartjes heeren," riep een conducteur. Piet haastte zich zijn kaartje te voorschijn te halen, maar kon het nergens vinden. Eerst toonde hij den conducteur per abuis een oud tramkaartje, en eindelijk vond hij het bedoelde spoorkaartje in zijn linkerhand, terwijl de rechter overal ijverig zocht.

„Tweede klas retour Rotterdam," las de conducteur. „En je zit op 't oogenblik eerste klas in een trein, die naar Utrecht gaat. Dat komt niet uit, jongeheer. Wil u maar even uitstappen?"

„Och heere," dacht Piet, „wat zal ik nou weer beleven? Zooiets kan mij alleen maar overkomen.

Sluiten