Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achterwielen*), dan heb je maar te spreken."

Geen sprake van," weerde Huib af, „ik kan me gelukkig nog wel zelf redden.

„Nu, tot weerziens, dan!"

Huib sukkelde naar huis. Het been deed hem soms nog geweldig pijn, vooral met nattig weer. Wanneer hij liep, moest hij het gebroken been altijd zonder buigen bijtrekken en daardoor kreeg hij een kreupelen gang. In een der volksbuurten had hij voor een halven gulden per week een dakkamertje gehuurd, want met Huiberts portemonnaie zag het er in den laatsten tijd treurig uit. Hij was nu ruim twee maanden aan wal, en had gedurende dien tijd de weinige spaarduiten, die hij bezat, nagenoeg geheel uitgegeven. Er was nog maar een bitter klein beetje van over. Met groote bezorgdheid ging Huibert

dus de toekomst tegemoet.

Eindelijk had hij zijn woning bereikt. Het was een dier groote woonkazernes, waarin vaak meer dan

*) Rijksdaalders.

Sluiten