Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kom maar met me mee, baasje," zei hij tot den jongen.

Dadelijk stond het ventje op en keek den vriendelijken man dankbaar aan. Hij volgde Huibert en het hondje ging zijn baasje na. Toen kocht Huibert wat méér brood dan hij eerst van plan was en stapte met zijn kleine beschermelingen naar huis.

HOOFDSTUK IV.

j es maanden later.

Het was een warme dag. Op den stoffigen, zon-beschenen landweg naar het dorp C. duwde een man een vreemd-beladen wagen voort, terwijl een jongen hem ijverig bij dit warme werkje hielp. Toch was de vracht niet zóó zwaar, of ze kwamen vlug genoeg vooruit, juist naar de bedoeling van den man, want hij moest nog vóór zonsondergang te G. aankomen. De vracht van den wagen bestond uit een van latten en doek getimmerde poppenkast, de bestuurder heette Huibert Tjerkstra en de jongen was hetzelfde kereltje, dat Huib een half jaar geleden

Sluiten