Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij stil bij 't hek van de burgemeesterswoning. Zou hij daar nü nog aanbellen?

De vreemde wandelaar zette zich aan den kant van den weg, ondanks den regen, en keek oplettend naar de ramen van de villa, waar de burgemeester en de zijnen rustig sliepen.

De vreemde wachtte ...

Eindelijk hief hij luisterend het hoofd op, keek behoedzaam van achter een boom over den weg.

Daar naderde nog iemand.

En die andere wandelaar hield óók stil bij 't hek van de villa. Toen stond de eerste op en spoedig hielden zij een fluisterend gesprek.

„Zoo, we zijn er. Hoe laat is 't nu?"

„Bij half twaalf, denk ik."

„Mooie tijd. Heb je de ijzers bij je ?"

„Onder mijn jas."

„Vooruit dan, aan 't werk. Denk aan onze afspraak: ik naar binnen en jij houdt de wacht."

Zijn dat wandelaars? Loop heen, dieven zijn het! Word wakker, burgemeester, Mevrouw! Word wakker, Theo, Suze, Anton, Jo. Er staan dieven aan

't hek. — Straks zullen ze 't huis binnendringen!

Sluiten