Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand hoorde iets, allen waren in diepen slaap verzonken!"

In twee tellen waren de beide mannen over 't hek geklauterd en stonden in den tuin. Voorzichtig sluipend langs de paden bereikten zij de villa.

Wie — wie waren deze mannen, die te middernacht het huis van den burgemeester wilden binnengaan?

Stil — praat zachtjes — de een was Laval, de knecht van den herbergier, bij wien Huibert logeerde, de ander — welnu, dat is niemand anders dan de huisknecht van den burgemeester, die in een klein huisje aan den dorpsweg woonde en Van Dalen heette!

Van Dalen vertoefde een groot gedeelte van den dag in het huis van den burgemeester, hij wist overal den weg en had zich op slinksche wijze een sleutel van de buitendeur weten te verschaffen!

Zachtjes — geruischloos bijna — stak hij dien sleutel in het slot.

De deur draaide langzaam open ... bleef echter opeens steken, omdat de ketting aan de binnenzijde erop zat.

Sluiten