Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Dalen stak de hand door de nauwe deuropening en lichtte den ketting uit den haak.

Toen trad hij binnen en liet Laval op den uitkijk staan. Op de vloermat deed hij z'n schoenen uit en sloop op de teenen door de gang. Nu de trap op, één — twee, langzaam aan — stil! wat was dat? Hoestte daar iemand in de slaapkamer? Neen, 't was misschien verbeelding geweest. Ha, daar was hij op de eerste verdieping. Weer een gang. De achterste deur — daar moest hij wezen: de werkkamer van den burgemeester! Op de teenen ging hij naar de deur — draaide den knop om, die kraakte.

Van Dalen hield den adem in...

Maar alles in huis bleef stil.

Toen deed hij de deur open en stond in de kamer.

Flauw waren de meubels te onderscheiden. De regen kletterde tegen de ramen. Recht ging de dief op een ijzeren brandkast toe, die in den hoek stond. De ontrouwe huisknecht had al dagen te voren dit zware smeedwerk bestudeerd, en wist reeds, hoe hij de ijzeren deur zou kunnen openen.

Sluiten