Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het donker, op 't gevoel, bang om licht te ontsteken, gelukte het hem de zware deur te ontsluiten.

Hij nam, zeker van z'n zaak, een zware, goedgevulde portefeuille van de bovenste stalen plank, en stak die in zijn binnenzak. De deur sloot hij weer behoorlijk, zette alles op zijn plaats en deed ook de deur der kamer weer dicht. Even behoedzaam als daar straks verliet hij het huis.

Buiten trok hij zijn laarzen aan ... en sloop zwijgend met zijn metgezel naar den uitgang.

En al maar regende het...

Huibert Tjerkstra kon dien nacht den slaap maar niet vatten. Rusteloos had hij zich om en om gewend, hoorde voortdurend het kletteren van den regen tegen het kleine kelderraampje, en bleef eindelijk maar wat rechtop in zijn bed zitten, omdat hij toch niet slapen kon. Hij dacht aan de goede zaken, die hij weder in dit dorp hoopte te maken, dacht aan Victor en Ami, zijn trouwe lotgenooten.

De torenklok sloeg één.

Eén uur al, dacht Huibert. Over enkele uren

Sluiten