Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI.

Aan het ontbijt besprak de burgemeester nog even de plannen voor het kinderpartijtje, en kreeg van Dalen, de ontrouwe dienstknecht, het bevel om den man met de poppenkast eens te laten komen. Van Dalen vroeg, waar die man logeerde, en toen de burgemeester antwoordde, dat dit hoogstwaarschijnlijk in „de Zwaan" zou zijn, werd de knecht zoo wit als een doek.

In de Zwaan! En de eenige slaapplaats voor reizigers was in het kelderhokje, waar de gestolen portefeuille verborgen was! In dat geval zou de man met de poppenkast het gesprek gehoord kunnen hebben. Van Dalen had geen rust. Hij ging zoo spoedig mogelijk naar de Zwaan, en hoorde daar tot zijn grooten schrik, dat Huibert Tjerkstra wérkelijk daar dien nacht gelogeerd had. Laval, de knecht van den herbergier, was in geen velden of wegen te zien! Zoo kwam de gedachte bij van Dalen op, dat Laval zich met den buit uit de voeten gemaakt had, toen hij bemerkte, dat er iemand in den kelder geslapen had! Toch wist de kerel zich

Sluiten