Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zeg je daar? Ik?"

„Ja, ja, mannetje. Kijk maar niet zoo zuur, stil maar, ik zal mijn mond wel houden, maar dan moet je mij óók wat geven!"

„Nu, dat is goed. Hoeveel wil je hebben?"

„Honderd gulden!"

„Dat is te veel, hoor."

„En je hebt meer dan achttienduizend gulden uit de brandkast van den burgemeester gestolen!"

„Stil, Jan, stil toch, verraad mij niet!"

Geen denken aan, hoor."

„Luister eens, Jan Klaassen, weet je een goed plaatsje, om het geld te verbergen?"

„Welzeker, bij ons in huis."

„Goed, dan zal ik de portefeuille straks bij je brengen, en dan krijg jij honderd gulden van me."

„Afgesproken, en nu gauw het geld gehaald, hoor, anders zal ik je met je neus in den muur boren, dat je in geen weken een stap kunt doen!"

Hoe langer hoe grooter werd de spanning van al de luisterende menschen in de kamer. De burgemeester zelf, die in de achterste rijen zat, wachtte

Sluiten