Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werktuigelijk den weg naar Rotterdam in. Maar nauwelijks waren zij op den stillen buitenweg gekomen, of zij bemerkten een hondenkar, waarvan de eigenaar met een der dieren aan het sollen was. Er waren drie honden voor de kar gespannen, maar één ervan lag kreunend op den weg, niet in staat om op te staan.

„Wat scheelt die hond, baas?" vroeg Loe.

„Hij heeft z'n poot gebroken, geloof ik," zei de koopman. „En ik heb eigenlijk weinig zin om hem op de kar mee naar huis te nemen."

„Waarom niet, baas ?"

„Omdat ik haast niets aan dien hond heb. Veel eten, spelen en den boel stuk bijten, dat is alles wat hij doet. Trekken, ho maar. Die hond eet meer dan de andere twee en hij voert niets uit. 't Is heelemaal geen trekhond en ik heb dan ook weinig zin om kosten en moeite voor hem te maken. Willen jullie een stuiver verdienen?"

„Ja, ik wel," zei Loe dadelijk.

„Ik ook," meende Japie.

„Twee stuivers geef ik in geen geval," zei de man. „Je kunt samen deelen."

Sluiten