Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Loe, die er bij zuchtte, de overblijvende twee centen en samen trokken ze de kar met het gewonde dier naar huis. Maar zijn moeder was uitgegaan en Daatje, de meid, wou hem zoo niet binnenlaten. Loe zei haar duidelijk, dat hij haar vandaag wel te pakken zou krijgen, waarop Daatje de deur voor zijn neus dichtsmeet.

Daarna trokken de jongens de kar naar Bouwens, den smid. Bouwens was vroeger hospitaalsoldaat geweest en zou waarschijnlijk den gebroken poot wel kunnen repareeren. En de man, die meelijden met het dier had, bleek ook wel geneigd, dat te doen. Hij zette den poot, zoo goed hij kon, spalkte dien toen met twee plankjes en wond er stevig linnen omheen.

Zoo keerde Loe met den zieken hond in het karretje weer naar huis. Zijn moeder wou eerst van den hond niets weten, maar toen zij zag, hoe stil het arme dier in een hoek van de kamer lag en dat het toch een mooi beest was, gaf ze ten slotte aan Loe's smeekbeden toe. Hij mocht den hond verzorgen en houden, als hij beloofde, voortaan braaf en gehoorzaam te zijn. Loe was altijd

Sluiten