Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waar naar toe?"

„Naar... nou, dat weet ik zoo niet. De heele wereld door, je zult eens zien, wat een pret wij hebben. Eerst gaan wij naar Rotterdam, daar heb je prachtige winkels, waar ze 't fijnste speelgoed hebben. Echt, jö, mooie locomotieven en spoorbruggen en van die fijne soldaten, heele doozen vol! Zeg, ga je mee, Japie?"

Japie bezweek voor de bekoring van al de opgenoemde heerlijkheden en besloot mee te gaan.

„En dan," vervolgde Loe, alsof hij zélf geloofde, dat het waar was, „gaan we met zoo'n groot schip naar Amerika en daar ligt zóó maar het goud op de straten."

Zoo pratende wandelden ze heel gezellig de armen om elkanders schouders geslagen, het dorp uit en hadden weldra de plek bereikt, waar ze onlangs Moor zouden verdrinken. En het leek wel, alsof het beest die plaats niet vertrouwde, want nauwelijks had hij den veenplas bemerkt, of hij maakte rechtsomkeert en holde naar het dorp terug.

't Was lekker warm weer en de jongens gingen

wat aan den waterkant zitten. Het oeverriet wuifde

Een Ongeluksvogel. 10

Sluiten