Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen hij opeens zijn evenwicht verloor en achterover uit de boot sloeg.

Snuivend en proestend klemde hij zich aan de boorden vast, rukte, sjorde, en na lang getob en met inspanning van alle krachten heesch hij zijn druipnatte lichaam eindelijk weer in de boot.

Maar dat had toch zóó lang geduurd, dat Loe en Japie in dien tijd al lang weer den oever bereikt hadden. Zonder het bootje vast te binden liepen ze zoo snel ze konden naar het dorp en rustten niet, voor zij dit een eind achter den rug hadden.

„Je moet altijd maar doen wat ik zeg," zei Loe trotsch, „dan komt het altijd goed uit."

Ze liepen nog een poosje in dezelfde richting en passeerden een groote boerderij. Voorbij die boerderij strekte zich een kolossaal groote boomgaard uit, waar kerseboomen prijkten met millioenen sappige, roode vruchten. De takken bogen onder den last.

„Kijk eens!" zei Loe, „wat een kersen, zeg!"

Japie keek onderzoekend om zich heen.

„Een pet vol kersen zal den boer niet arm maken," zei hij.

Sluiten