Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het paard was door toom noch woorden tot staan te brengen, tot opeens een kerel als een boom kwam aanloopen, die moedig het dier bij de teugels greep en zich een eind liet meesleuren. Dat bracht het zenuwachtige beest tot staan. Maar nu waren Loe en Japie ook geknipt.

De voerman sprong van den wagen, trok de jongens van de zitbanken en rammelde ze geducht

door elkaar.

„Dat zullen we je betaald zetten, rapalje!" riep hij woedend. „Broek, waar is de veldwachter?

De aangesprokene, een vleeschhouwer, wees met zijn pijp naar het gemeentehuis, dat daar dichtbij was. Juist kwam de veldwachter naar buiten. Hij had het rumoer en de volkstoeloop gezien en kwam als man der wet tusschenbeide.

En nu kwamen tot overmaat van smart ook de knechts van de boerderij aangeloopen!

Het zag er inderdaad leelijk voor Loe en Japie uit!

„Op zij, menschen."

De veldwachter wendde zich tot den voerman.

„Wat is hier gebeurd?"

„Wel, ik sta daar met de tentwagen op den

Sluiten