Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voetstappen naderden. Een oogenblik later knarste het slot en de veldwachter trad binnen. De man scheen er een buitengewoon genot in te vinden, dat hij Loe en Japie zoo netjes geknipt had, want onder grijnzend lachen stapte hij op hen toe, hield hun een stuk oudbakken brood onder den neus en zei grinnekend:

„Lekkere taart, jongens? Lust je die weP" Loe en Japie keken naar de deur, die de domme veldwachter half open had laten staan.

„Jawel," antwoordde Loe, en snel als de wind trok hij het brood den veldwachter uit de handen en rende ermee de deur uit. Japie schoot onder veldwachters beenen door en snelde zijn kameraad achterna.

„Hei, hier! Hier!" schreeuwde de veldwachter en holde de deur uit. Maar Loe en Japie dachten: doe wèl en zie niet om, ze liepen als hazen over den weg en de veldwachter kon hen maar met moeite bijhouden.

„Sta, of ik schiet!" bulderde hij hun toe, terwijl hij zijn sabel vooruitstak.

„Jij links... ik rechts," zei Loe onder het loopen

Sluiten