Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jij moest ook zoo bezig wezen en je boven die gekheid verheffen. Werkelijk, Tom, als je niet wat meer aandacht aan je studie wijdt, zul je nooit verder komen," zei Nan ernstig.

,,'k Heb er al meer dan genoeg van," antwoordde Tom, met een uitdrukking van afkeer. „Een mensch mag wel eens pret hebben, als hij den heelen dag lijken heeft staan ontleden. Ik kan het ten minste niet lang achtereen doen, ofschoon sommige menschen het verbazend prettig schijnen te vinden."

„Waarom schei je er dan niet mee uit en begint wat anders ? Ik heb het altijd een dwaasheid gevonden, dat weet je," zei Nan, met een zweem van ongerustheid in de scherpziende oogen, die naar sporen van ongesteldheid zochten in een gezicht, even glad en blozend als een bellefleur.

„Je weet waarom ik het gekozen heb en waarom ik het zal volhouden, al viel ik er ook bij neer. Ik mag er misschien niet zwak uitzien, maar ik heb een diepgewortelde hartkwaal, die mij vroeger of later ten grave zal sleepen; want er is maar één dokter op de wereld die mij beter kan maken, en die eene wil niet."

Tom's gezicht kreeg een uitdrukking van peinzende gelatenheid, tegelijkertijd grappig en aandoenlijk om te zien; want hij meende het oprecht en maakte van tijd tot tijd soortgelijke zinspelingen, zonder ooit de minste aanmoediging te ontvangen.

Nan fronste de wenkbrauwen, maar ze was er aan gewoon en wist hoe ze met hem moest omspringen.

„Zij is bezig het op de beste en eenig mogelijke manier te genezen; maar weerspanniger patiënt dan jij, heeft er nooit geleefd. Ben je naar dat bal geweest, zooals ik heb voorgeschreven ?"

„Ja, dokter!"

„En heb je je aan de mooie juffrouw West gewijd?"

„Den heelen avond met haar gedanst."

Geen indruk gemaakt op dat teergevoelig orgaan van je ?"

„Niet de minste. Ik heb zelfs eenmaal vlak voor haar

Sluiten