Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen overgave" het jouwe; we zullen zien wie het 't langst uithoudt.''

„Jelui dwaze jongens denkt maar, dat we net zoo twee aan twee moeten blijven, als toen wij kinderen waren: maar daar gebeurt niets van. Wat ziet Parnassus er van hier mooi uit!" riep Nan, opnieuw plotseling een andere wending aan het gesprek gevend.

„Het is een mooi huis, maar ik houd toch het meest van het oude Plumfield. Wat zou tante March raar opkijken, wanneer zij al die veranderingen nog eens kon zien!" antwoordde Tom, terwijl beiden voor het hek bleven staan om het vriendelijke landschap voor hen in oogenschouw te nemen.

Een onverwachte kreet deed hen opschrikken, toen een lange jongen, met wild fladderende blonde haren als een kangoeroe over de heg sprong, gevolgd door een slank meisje, dat tusschen de dorens bleef steken en er als een kleine tooverheks bleef zitten lachen. Een aardige kleine meid was het, met donker kroeshaar, schitterende oogjes en een gezichtje vol uitdrukking. De hoed hing haar op den rug, en haar jurkje was er niet mooier op geworden door de beekjes die zij had doorwaad, de boomen waar zij in was geklommen en den sprong in de doornhaag, die de vele scheurtjes met een paar flinke had vermeerderd.

„Raap me asjeblieft op, Nan! Tom houd Tedvast! hij heeft mijn boek, en ik wil het terug hebben," riep Josie, van uit haar stekelige legerstede, door de plotselinge verschijning van haar twee vrienden volstrekt niet uit het veld geslagen.

Tom pakte den dief bij zijn kraag, terwijl Nan Josie uit de dorens haalde en zonder een enkel verwijtend woord op haar beenen zette; want daar zij in haar jeugd zelf een wildebras was geweest, was Nan erg toegevend voor zulke neigingen in anderen. „Wat is er gebeurd ?" vroeg zij, de grootste scheur zoo goed mogelijk dichtspeldend, terwijl Josie de krabben op haar handen stond te onderzoeken.

„Ik zat in den wilgenboom mijn rol van buiten te leeren en toen kwam Ted en sloeg met zijn hengel het boek

Sluiten