Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit mijn handen. Het viel in de beek, en voordat ik naar beneden kon klimmen, was hij al op den loop. Pas op, akelige jongen! geef het dadelijk terug of je krijgt om je ooren!" riep Josie in één adem lachend en dreigend.

Zich van Tom losrukkend, nam Ted een sentimenteele houding aan en reciteerde, met teedere blikken naar de druipende, gehavende jonge dame voor hem, op overdreven aandoenlijken toon zijn eigen rol, eindigende met „Hoe vindt ge dit schouwspel, mijn engel ?" terwijl hij zijn lange beenen in een wonderlijken knoop strengelde en een allermalst gezicht trok.

Het geluid der toejuichingen van het publiek op de veranda maakte aan deze dwaasheden een einde en de jongelui draafden te lamen de laan op, bijna evenals vroeger, toen Tom met de vier reed en Nan het beste paard van het heele span was. Vroolijk, blozend en buiten adem begroetten zij de dames en gingen toen op de trap zitten uitrusten, terwijl tante Meta de scheuren in de jurk van haar dochter vasthechtte en mevrouw Bhaer de manen van den leeuw gladstreek en het boek in veiligheid bracht. Daisy verscheen een oogenblik later om haar vriendin te verwelkomen, en weldra was het gesprek in vollen gang.

?We hebben warme bollen bij de thee; ik zou maar blijven en meeëten; Daisy bakt ze heerlijk," zei Ted gastvrij.

„Hij kan er over oordeelen, want hij heeft er verleden negen achter elkander opgegeten. Daarvan wordt hij zoo dik," voegde Josie er bij, met een vernietigenden blik op haar neef, die zoo mager was als een boonenstaak.

„Neen, ik moet naar Lucie Dove. Ze heeft de fijt in haar wijsvinger, en 'tis nu tijd om hem door testeken; ik zal op 't College wel thee drinken,'' antwoordde Nan, terwijl zij in den zak tastte, om zich te overtuigen of ze haar doosje met instrumenten wel bij zich had.

„Dankje — ik ga ook weg. Tom Merryweather heeft een paar wratten op zijn oogleden, en ik heb hem beloofd ze weg te branden. Dat wint hem een doktersvisite uit en is meteen een goede oefening voor mij. Ik ben nog niet lenig genoeg in mijn duimen," zei Tom, die

Sluiten