Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grootmoeder's dood was zij aan Grootvader haar bizondere zorgen gaan wijden, en liet was aardig om te zien, hoe het goudgelokte hoofdje zich over den zilverwitten schedel boog, toen zij zijn gemakkelijken stoel naar buiten rolde en hem met teedere vlugheid bediende.

„Aesthetische thee wordt hier van den ochtend tot den avond getapt, mijnheer; verkiest u een schuimenden beker of een klontje ambrozijn V' vroeg Laurie, die met een trekpot in de eene en den suikerpot in de andere hand rondliep.

Geen van beide, dank je; deze jonge dame heeft al voor mij gezorgden mijnheer March wendde zich tot Betsy, die, op de armleuning van zijn stoel gezeten, hem een glas versche melk voorhield.

„Moge zij het nog lang doen, en ik er getuige van zijn, dat het rijmpje, „ouderdom en jonge jaren zijn niet te paren," ongelijk heeft," antwoordde Laurie, het tweetal vriendelijk toeknikkend.

„G e m e 1 ij k e ouderdom, Papa ; dat maakt een grool verschil," haastte zich Betsy, die veel van poëzie hield en het gedichtje, waarin deze regels voorkwamen, zeer goed kende, er bij te voegen.

„Ziet gy wel deez' rozen bloeien.

In 't reeds wit besneeuwde veld."

reciteerde mijnheer March, toen Josie binnenkwam en op de andere leuning van zijn stoel kwam zitten; zij zag er op dat oogenblik wel als een bizonder doornig roosje uit, want ze had pas in een vrij hevige woordenwisseling met Ted het onderspit gedolven.

„Grootpa, moeten de vrouwen altijd gehoorzamen en zeggen dat de mannen gelijk hebben, alleen omdat zij de sterksten zijn?" riep zij, met een verbolgen blik op haar neef, die ook kwam aanstappen, een uittartenden glimlach op het jongensgezicht, dat bij zijn lange gestalte een dwaze vertooning maakte.

„Ja, beste meid, zoo heeft men er ten minste van ouder tot ouder over gedacht, en er zal eenige tijd moeten verloopen, eer men tot andere gedachten zal komen. Maar

Sluiten