Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun mannen behooren te gehoorzamen," verklaarde Ted, tot groot vermaak van zijn toehoorders.

„Godinnen mogen doen wat zij willen, maar die Grieksche en Trojaansche vrouwen waren al heel onbeduidende schepsels, als zij zich lieten bedillen door mannen, die zelf niet eens konden vechten en door Pallas, Venus en Juno uit het gedrang gehaald moesten worden, wanneer zij op hun kop kregen. Verbeeld je! twee legers die kalm toekijken, terwijl een paar voorvechters elkander met steenen gooien! Ik heb niet veel eerbied voor je ouden Homerus. Dan veel liever een held als Napoleon of Grant!"

Josie's toorn was even grappig om aan te zien als die van een kolibrietje, dat tegen een struisvogel vecht, en allen begonnen te lachen, toen zij voor den onsterfelijken dichter haar neusje optrok en de goden critiseerde.

Napoleon's Juno heeft zeker een prettigen tijd doorleefd, hè? Zoo redeneeren jelui meisjes nu altijd — eerst zus, dan zoo," spotte Ted.

„Ik heb alleen van hen gesproken in hun hoedanigheid van strijders. Maar als je de vrouwen er bij wilt halen, goed; was Grant geen vriendelijk echtgenoot en was mevrouw Grant niet gelukkig ? Hij dreigde haar niet met de zweep, als zij hem een doodnatuurlijke vraag deed; en al heeft Napoleon tegenover Josephine niet goed gehandeld, hij kon ten minste vechten en had geen Minerva noodig om hem in veiligheid te brengen. Ik vind het een vervelend troepje; van dien verwijfden Paris af, tot dien norschen Achilles toe; en dat houd ik vol, ondanks alle Hectors en Agamemnons in Griekenland," verklaarde Josie, die zich niet gewonnen wilde geven.

„Jij kunt ten minste vechten als een Trojaan, dat is duidelijk; en wij zullen de twee gehoorzame legers voorstellen, die toekijken terwijl jij en Ted het uitvechten," begon oom Laurie, de houding aannemende van een krijger die op zijn speer staat geleund.

„Ik vrees dat wij het zullen moeten opgeven, want Pallas staat gereed om neer te dalen en onzen Hector te ontvoeren," zei mijnheer March lachend, toen tante Jo haar zoon kwam waarschuwen, dat het tijd was om thee te drinken.

Sluiten