Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wij zullen liet later wel uitvechten als er geen godinnen zijn om tusschenbeide te komen," beloofde Ted, terwijl hij zich bij de herinnering aan de te wachten smulpartij met ongewone vlugheid verwijderde.

„Jupiter verwonnen door een warmen bol!" riep Josie hem spottend achterna.

Maar terwijl hij in goede orde den aftocht blies, schoot Ted nog een Parthiaanschen pijl ') op haar af, door terug te roepen: „Gehoorzaamheid is de eerste plicht van den soldaat!"

Met het plan om haar vrouwelijk voorrecht het laatste woord te mogen hebben, te handhaven, liep Josie hem achterna, doch de vernietigende woorden, die zij op de lippen had, werden nooit geuit, want op dat oogenblik kwam een gebruinde jonge man, in een blauw zeemanspak met een lustig „Ahoy! Ahoy! waar zit iedereen toch ?" de trap opstormen.

„Emil! Emil!" riep Josie. In een oogwenk was ook Ted bij hem en eindigden de twee vijanden van daareven hun twist met een hartelijken welkomstgroet aan den nieuw aangekomene.

De bollen waren vergeten, en als twee geraasmakende sleepbootjes met een groot koopvaardijschip op sleeptouw, keerden de kinderen naar de voorkamer terug, waar Emil al de aanwezige dames een kus en den heeren een hand gaf, behalve zijn oom, dien hij, tot groot vermaak der toeschouwers, op echt oud-Duitsche manier omhelsde.

,,'k Had eerst niet gedacht vandaag nog mijn ankers te kunnen lichten, maar het ging toch, en ik heb dadelijk naar het oude Plumfield koers gezet; er was geen levende ziel aan boord; daarom heb ik afgehouden en ben naar Parnassus opgeloefd, en hier vind ik de heele equipage. — Och! och! wat ben ik blij jullie allemaal weer te zien!" riep de jonge zeeman uit, terwijl hij wijdbeens voor hen stond, alsof hij het slingerende schip nog onder zijn voeten voelde, en hen met stralende oogen aanzag.

„O, Emil! wat ruik je naar teer en naar het schip!"

1) De Parthen, kolossale ruiters, waren het meest gevreesd als ze, schijnbaar vluchtende, hun steeds treffende pijlen op den vijand afschoten.

DE WERELD IN, 7e dr. 3

Sluiten