Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een achttienjarig letterkundig jongmensch verzoekt uw naam op een door hem geschreven roman te mogen zetten. Na de eerste uitgave moet dan de uwe er weer af en de zijne er voor in de plaats worden gesteld. Heel leuk voorgesteld, maar u zult natuurlijk weigeren, ondanks uw bekende toegeeflijkheid voor de meeste jonge schrij vers."

„Onmogelijk! Vertel hem dat beleefd en laat hij zijn manuscript thuis houden. Ik heb er nu al zeven hier, en nauwelijks den tijd om mijn eigene te lezen," antwoordde mevrouw Bhaer, die met een diepzinnig gezicht een briefje uit de melkkan visehte en het zorgvuldig opende, omdat het met bochten geschreven adres een kinderhand verried.

„Dit zal ik zelf beantwoorden. Een ziek klein meisje vraagt om een boek en zij zal het hebben; maar ik kan niet overal een vervolg op schrijven, om haar genoegen te doen. Wanneer ik al deze gulzige Olivier Twistjes, die altijd om meer vragen, tevreden wilde stellen, zou ik nooit gedaan krijgen. Wat verder, Robin ?"

„Dit is kort maar krachtig.

Lieve Mevrouw Bhaer !

Ik zal u vertellen hoe ik over uw boeken denk. Ik heb ze alllemaal heel vaak gelezen en vind ze prachtig. Ga zoo door, als 't u belieft.

Uw bewonderaar,

Billy Babcock.

„Dat mag ik hooren! Billy is een man van verstand en "een degelijk criticus, omdat hij mijn werken verscheiden malen heeft gelezen, eer hij er een oordeel over velt. Hij vraagt niet om antwoord; bedank hem dus en doe hem mijn groeten."

„Hier is iets van een dame in Engeland, met zeven dochters; zij komt uw oordeel over opvoeding inroepen. Ook welke loopbaan haar kinderen moeten volgen, — de oudste is twaalf jaar. Geen wonder dat ze er verlegen mee is," lachte Rob.

Sluiten