Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B't Is onnoodig voor dienstmeid te spelen, nu zij eenmaal haar portret gezien hebben."

Mevrouw Bhaer deed haar best; zij was eene goede tooneelspeelster en zou zich hebben gered, wanneer de noodlottige schilderij haar niet verraden had. Mevrouw Parmalee bleef voor de schrijftafel staan, en zonder zich te sloren aan een meerschuimen pijp, die er op lag, een paar heerenpantoftels, die er onder stonden en een berg brieven, allen geadresseerd aan „Prof. F. Bhaer," sloeg zij de handen samen en riep in geestvervoering uit: „Meisjes! dit is de plek waar ze die keurige, die onnavolgbare verhalen schreef, die ons tot in het diepst der ziel hebben geroerd. Kon ik — och! mag ik maar één snippertje papier, een oude pen of postzegel als aandenken aan deze begaafde vrouw meenemen?"

„Ja wel, mevrouw! ga uw gang," antwoordde de meid, die zich uit de voeten wilde maken, met een blik op den jongen, wiens oogen nu een bijna niet te bedwingen vroolijkheid verrieden.

Het oudste meisje merkte die op, giste de waarheid en een vluchtige blik op de vrouw met den boezelaar bracht het vermoeden tot zekerheid. Haar moeder aanstootend, fluisterde zij: „Ma, het is mevrouw Rhaer zelf, ik geloof het zeker."

„Neen! Ja toch! Wel kom, dat is aardig!" En terwij! zij de ongelukkige schrijfster, die zich door de deur wilde redden, haastig den pas afsneed, riep mevrouw Parmalee levendig, „Stoor u niet aan ons; ik weet dat u het druk hebt; laat me u alleen maar even de hand drukken en dan zullen we gaan."

Ziende dat er aan geen ontkomen meer viel te denken, keerde mevrouw Bhaer om, stak haar hand als een presenteerblaadje vooruit en liet deze door de vijf dames hartelijk schudden, terwijl de matrone haar met overstelpende gastvrijheid verzekerde;

„Als u ooit in Oshkosh komt, zullen uw voeten den grond niet mogen raken; de heele bevolking zal 11 op de handen dragen — zoo vereerd zullen wij zijn u in ons midden te zien."

DE WERELD IN, 7e dr.

4

Sluiten