Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een losheid, alleen zeelieden eigen. Zijn heenen schenen overal tegelijk te zijn en zijn dames geraakten buiten adem, in hun pogingen om gelijken tred met hem te houden. Niettemin verklaarden al de meisjes, dat hij j,zalig" danste, en in weerwil van zijn opgewondenheid hadden er geen „aanvaringen" plaats, zoodat hij zich kostelijk amuseerde en geen gebrek had aan „passagiersters , die de reis mei hem durfden ondernemen.

Dan die geen gekleed kostuum bezat, had zich laten overhalen, zijn Mexikaansche plunje aan te trekken, en deed zich daarin op zijn voordeeligst voor; zich in de broek met twee rijen blinkende knoopen, het losse buis «n de schitterend roode sjerp op zijn gemak gevoelend, wierp hij met een vluggen zwaai zijn „serape" over den schouder, en richtte groote verwoestingen aan met zijn lange sporen, terwijl hij Josie vreemde danspassen leerde, <h bewonderende blikken achter zich wierp op zekere blonde jonge dame, die hij niet durfde aanspreken.

De moeders zaten in de tweede kamer van de suite en hadden voor ieder een speld, een lach of een vriendelijk woord over. Het was grappig de statige mevrouw Amy door de zaal te zien wandelen, aan den arm van een grooten lummel van een jongen, met lompe, bemodderde laarzen en een laag voorhoofd, of mevrouw Jo als een meisje te zien dansen met een bedeesd jongmensch, wiens armen als pompslingers op en neer gingen en met «en gezicht, vuurrood van verlegenheid en trots, over de eer, die hem te beurt viel, de vrouw van den professor op de teenen te mogen trappen. Mevrouw Meta hield naast zich op de sofa een hoekje voor twee of drie meisjes open en mijnheer Laurie wijdde zich hoofdzakelijk fan, ."ff .arme, eenvoudige muurbloempjes, met een hartelijkheid, die hen tevreden stelde en hun harten stal De goede professor ging overal rond, en zijn vergenoegd gezicht blonk iedereen tegen, terwijl mijnheer March in de studeerkamer een verhandeling hield over „Het treurspel bij de Grieken," met die hoogst ernstigen onder de heeren, die hun machtigen geest in geen geval ooit bii beuzelachtige vermaken ontplooiden.

DE WERELD II*, 7e dr. g

Sluiten