Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

optreden onze eenvoudige deerntjes het hoofd op hol zou brengen."

Geen nood; Dan is nog een ruwe diamant en zal het waarschijnlijk altijd blijven ; ofschoon hij in veel opzichten vooruitgaat. Hoe lief ziet ons Prinsesje er in het zachte maanlicht uit!"

„Dat doet zij altijd en overal." En zich nog even omwendend om een blik vol trots en genegenheid achter zich te slaan, liep mevrouw Bhaer weg. Maar jaren later herinnerde zij zich weer dit tooneeltje en haar eigen voorspellende woorden ook.

Tableau numero drie scheen op het eerste gezicht aan een treurspel te zijn ontleend, en mijnheer Laurie smoorde een lach, toen hij aankondigde: „De gewonde ridder" en op Tom wees, die, het hoofd gewikkeld in een grooten zakdoek, op de knieën lag voor Nan, terwijl ze een doorn of splinter uit de palm van zijn hand trok, klaarblijkelijk met groote vaardigheid, te oordeelen, naar de zalige uitdrukking op het gelaat van den patiënt.

„Doe 'k je pijn?" vroeg zij, de hand in het maanlicht houdend, om beter te kunnen zien.

„Volstrekt niet; kerf maar voort; ik vind het zelfs prettig," antwoordde Tom, geheel onverschillig voor de pijn in zijn knieën en de schade aan zijn nieuwe broek.

„Ik zal je niet lang meer ophouden."

„Uren als het kan. Nooit zoo gelukkig als hier."

Door deze teedere ontboezeming geenszins bewogen, zette Nan zich een groote bril met ronde glazen op den neus, en zei op haren gewonen prozaïschen toon:

„Nu zie ik het — 't is maar een splinter en hier is hij al."

„Mijn hand bloedt, wil je die niet verbinden?" vroeg Tom, om de operatie wat te rekken.

„Nonsens; lik het af. Pas alleen morgen wat op inde snijkamer. Ik heb vooreerst genoeg van bloedvergiftiging."

„Dat was de eenige keer dat je vriendelijk tegen mij bent geweest, Nan. Had ik mijn arm toen maar verloren."

„Ik wou dat je je hoofd verloren hadt; het stinkt nog erger dan straks naar petroleum en terpentijn. Ga wat in den tuin wandelen, om het te laten luchten."

Sluiten